In december 1972 vroeg Vrij Nederland zijn lezers om zelfgeschreven verhalen in te sturen. Leo stuurde twee verhalen in: ‘De olifant en het konijn’ en ‘Het lammetje en de zeehond‘. Beide verhalen hebben de speciale bijlage waarin VN de verhalen publiceerde helaas niet gehaald. Precies 50 jaar later worden ze alsnog gepubliceerd. Niet in Vrij Nederland, maar hier, op deDuijvestijnen.nl.
Het was een warme dag. Op de weg naar het strand waren twee dieren. Een grote en een kleine, een olifant en een konijn. De olifant liep flink door want hij wilde gauw naar de zee. En om dat het konijn hem met zijn korte beentjes niet kon bijhouden, was hij maar op de fiets gegaan.
Even later kwamen ze bij het strand. Het konijn zette zijn fiets op slot en ging met de olifant een mooi plekje opzoeken. Het was nogal vol, dus dat was niet gemakkelijk. Tenslotte vonden ze een plaatsje vooraan, vlakbij de zee. De olifant had een handdoek meegenomen en daar gingen ze samen op zitten. Maar toen ze zo een tijdje zaten, begonnen ze zich te vervelen. Jongens en meisjes kunnen lekker in de zon gaan liggen om bruin te worden. Maar een olifant is grijs en blijft grijs, al schijnt de zon nog zo hard. En een konijn krijgt het alleen maar warm, als hij lang in de zon gaat zitten. Om iets te doen te hebben, gingen ze toen voor zichzelf een kuil maken. Dan konden ze daarin in de schaduw liggen en was het niet zo heet.
Het konijn was gauw kiaar, want hij kon goed graven. Bovendien had hij niet zo’n grote kuil nodig. Maar de olifant had geen goede poten om te graven. En omdat hij ook een ontzaglijke grote kuil moest maken, deed hij er heel lang over. Toen was hij zó moe geworden, dat hij erin ging liggen en meteen in slaap viel. Het konijn had ondertussen in zijn kuil al een groot kasteel gemaakt net een heleboel torens en gangen. Eigenlijk was hij ook wel moe geworden van het spelen. Dus hij dacht, ik ga ook maar een dutje doen. Hij ging naast het kasteel liggen en deed zijn ogen dicht. Omdat ze allebei zo druk bezig waren geweest, hadden ze niet gemerkt dat de zee steeds verder het strand op was gekomen. Dat was de vloed. Na een half uur kwam het water bijna tot de kuilen, waarin de olifant en het konijn rustig lagen te slapen. Stééds dichterbij kwam het ….. Opeens, je raadt het al, schoof een grote golf over de rand. Al het water viel op het konijn en de oiifant die natuurlijk ineens wakker werden. Het konijn sprong gauw op net kasteel en toen uit de kuil. Dat haalde hij nog net, voordat het kasteel in elkaar zakte. Maar de olifant had zo’n grote kuil, dat het wel leek of hij in een zwembad lag. Hij probeerde vlug tegen de rand van de kuii op te klimmen. Maar het zand was helemaal nat geworden en hij gleed telkens uit. Daarom duurde het nogal lang, voor hij eruit was.
Toen de olifant uit de kuil was geklommen, was hij natuurlijk helemaal nat. En zijn handdoek lag nog in het water, dus kon hij zich niet afdrogen. Het konijn had ondertussen al het water uit zijn haren geschud en was al bijna weer droog. Maar die arme olifant kreeg het gauw koud. Want de zon was al wat minder warm en het was een beetje gaan waaien. En opeens…
HATSJIE! en nog eens …..HATSJIEl Hij had kou gevat door al dat water.
Daarom wilde hij weer gauw naar huis.
De olifant dacht, ik ben vlug thuis als ik op de fiets kan gaan. Dus vroeg hij aan het konijn of hij op zijn fietsje mocht. Dat wilde het konijn niet. Hij had maar een klein fietsje en daar kon een olifant niet op. Maar de olifant bleef zolang zeuren, dat het konijn hem tenslotte zijn zin maar gaf. De olifant ging op de fiets zitten en reed weg, met het konijn achterop. Je kan wel raden wat er toen gebeurde. Omdat hij groot en zwaar was, zakte hij er KRAK! doorheen bij een bocht in de weg. Daar lag de fiets nou, in
vier stukken. Alleen het stuur hield de olifant nog in zijn hand. Het konijn moest er een beetje van huilen. Want hij had het fietsje pas voor zijn verjaardag gekregen. En nu lag het daar, helemaal kapot.
Allebei liepen ze toen, met een sip gezicht, naar huis toe. De stukken van de fiets hielden ze in hun handen. Na een half uurtje kwamen ze bij het huis van de olifant. Die was blij dat ze er waren, want hij was onderweg steeds meer gaan hoesten. Toen zijn moeder hoorde wat er gebeurd was, zei ze, morgen brengen we de fiets naar de fietsenmaker. En dat moet je dan zelf maar van je zakgeld betalen. Dat was niet zo erg, want konijnenfietsjes maken is gelukkig niet zo duur.
Daarna ging de olifant meteen naar bed, want hij was nu al zo verkouden, dat hij elke vijf minuten zijn slurf moest snuiten. De volgende dag zou hij wel weer beter zijn. Het konijn kreeg voor de schrik een glaasje chocolademelk en een paar peentjes. Daar hield hij verschrikkelijk veel van.
Toen papa olifant even later thuis kwam, bracht hij hem met de auto naar huis. En zo liep alles gelukkig nog goed af.
